ECLI:NL:GHLEE:2005:AS3361
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bax-Stegenga
- Meijeringh
- De Bock
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming koopovereenkomst wegens ontbreken eigendom
Partijen sloten op 7 juli 1982 een koopovereenkomst waarbij geïntimeerde aan appellant een woonhuis aan een adres verkocht. Op dat moment was geïntimeerde echter niet eigenaar van het woonhuis; zijn zoon was dat. Er was een tweede koopovereenkomst tussen geïntimeerde en zijn zoon, waarbij geïntimeerde het huis zou kopen om vervolgens aan appellant te kunnen leveren. Geen van de drie overeenkomsten is uitgevoerd.
Appellant vorderde nakoming van de eerste koopovereenkomst en sommeerden geïntimeerde tot medewerking aan transport van het woonhuis. In eerste aanleg werd de vordering afgewezen. Appellant stelde vijf grieven in hoger beroep tegen het vonnis van 9 juli 2003.
Het hof overweegt dat het onbetwist is dat geïntimeerde geen eigenaar is van het woonhuis en dat overdracht alleen mogelijk is door een geldige levering door de eigenaar. Hierdoor is nakoming van de koopovereenkomst onmogelijk. De grieven van appellant falen en het hof bekrachtigt het vonnis van 9 juli 2003. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en is niet ontvankelijk in het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 26 september 2001.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de koopovereenkomst wordt afgewezen omdat geïntimeerde geen eigenaar is van het woonhuis.