ECLI:NL:GHLEE:2005:AS5559
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voorlopige aanslag verontreinigingsheffing kamerverhuur bovenetage
Belanghebbende is verhuurder van een pand met kamerverhuur op de bovenetage. Over het jaar 2002 is hem een voorlopige aanslag verontreinigingsheffing opgelegd van 9 vervuilingseenheden (v.e.) ter waarde van €495,72. Belanghebbende betwist de hoogte van deze aanslag en stelt dat het aantal v.e. te hoog is, mede omdat volgens hem slechts 7 kamers verhuurd worden en het aantal inschrijvingen in de gemeentelijke basisadministratie niet relevant is.
De ambtenaar handhaaft de aanslag en baseert deze op het daadwerkelijke waterverbruik en de toepasselijke regelgeving. Tijdens de mondelinge behandeling verschijnt belanghebbende niet, maar zendt wel een brief met nadere motivatie. Het hof oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks onzekerheid over de postdatum van het beroepschrift.
Het hof stelt vast dat de bovenetage met kamers en gemeenschappelijke voorzieningen niet als zelfstandige woonruimten kan worden aangemerkt volgens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Heffingsverordening. De aanslag is gebaseerd op artikel 17 van Pro de Heffingsverordening en het aantal v.e. is door schatting vastgesteld op basis van waterverbruik. Het hof concludeert dat het aantal van 9 v.e. niet te hoog is en zelfs eerder aan de lage kant.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de voorlopige aanslag ongewijzigd. Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door raadsheer G.M. van der Meer op 4 februari 2005 te Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag verontreinigingsheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.