ECLI:NL:GHLEE:2005:AS5634
Gerechtshof Leeuwarden
- Verzet
- Zuidema
- Kuiper
- Breemhaar
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na opvolging van meerdere tijdelijke contracten
In deze civiele zaak vordert de opposant dat de laatste arbeidsovereenkomst, ingaande 15 juli 2002, niet van rechtswege is geëindigd op 12 augustus 2002, maar als een overeenkomst voor onbepaalde tijd moet worden beschouwd. De opposant baseert dit op het feit dat meer dan drie tijdelijke contracten elkaar opvolgden met tussenpozen van niet meer dan drie maanden, waardoor volgens art. 7:668a BW de laatste overeenkomst als onbepaalde tijd geldt.
De geopposeerde betwist dit en voert aan dat de vermelding 'onbepaald' in de werkplektoewijzing slechts betrekking heeft op de duur van het werk bij de opdrachtgever, niet op de contractduur. Het hof verwerpt de primaire grondslag van de opposant, maar stelt vast dat de subsidiaire grondslag gegrond is: de opeenvolging van tijdelijke contracten leidt ertoe dat de laatste overeenkomst als voor onbepaalde tijd geldt.
Verder is vastgesteld dat de opposant gedurende de relevante perioden heeft gewerkt en dat de arbeidsovereenkomsten als uitzendovereenkomsten kwalificeren. De kantonrechter had eerder een deel van de vorderingen toegewezen, met matiging van boetes en incassokosten. Het hof vernietigt het arrest waarvan verzet en het vonnis voor zover het gaat om buitengerechtelijke incassokosten, bekrachtigt het vonnis voor het overige en veroordeelt de geopposeerde in de kosten van het hoger beroep.
De zaak benadrukt de toepassing van art. 7:668a BW in de context van opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten en bevestigt de bescherming van werknemers tegen onrechtmatig beëindigde contracten.
Uitkomst: De laatste arbeidsovereenkomst wordt geacht voor onbepaalde tijd te zijn aangegaan en de geopposeerde wordt veroordeeld tot betaling van salaris en overige vorderingen, met matiging van incassokosten.