ECLI:NL:GHLEE:2005:AS6247
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens feitelijk gebruik niet-geregistreerde personenauto
De zaak betreft een geschil over een naheffingsaanslag Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) opgelegd aan de belanghebbende, die tijdens een controle werd aangetroffen in een niet in Nederland geregistreerde personenauto met een buitenlands kenteken. De inspecteur legde de aanslag op omdat de belanghebbende geen vrijstellingsvergunning BPM bezat en de auto feitelijk ter beschikking had.
De belanghebbende voerde aan dat zij recht had op een vrijstellingsvergunning BPM, dat zij de auto slechts bestuurde namens haar werkgever en dat de Duitse registratie van de auto als vrachtwagen gerespecteerd moest worden. De inspecteur betwistte deze stellingen en stelde dat de auto een personenauto was, dat de belanghebbende feitelijk de beschikking had over de auto en dat de vrijstelling niet van toepassing was.
Het hof oordeelde dat de auto, gezien de kenmerken en het gebruik, een personenauto was en dat de Nederlandse wetgever niet gebonden is aan de Duitse registratie. Het hof verwierp het beroep op het vrije verkeer van werknemers en stelde vast dat de belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de auto slechts ten behoeve van haar werkgever bestuurde. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd, maar het hof vermindert het aanslagbedrag vanwege een nieuwe afschrijvingsrichtlijn.
Daarnaast veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een tegemoetkoming in de proceskosten van de belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is terecht opgelegd maar verminderd tot € 6.903,--; proceskosten en griffierecht worden vergoed.