ECLI:NL:GHLEE:2005:AT3819
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kosten kopstudie fiscaal recht niet aan te merken als ondernemingskosten
De belanghebbende, die sinds juni 2001 een onderneming drijft in fiscale dienstverlening, bracht kosten van een kopstudie fiscaal recht aan de universiteit van Leiden in aftrek als ondernemingskosten en scholingsaftrek. De inspecteur weigerde deze aftrek en nam de kosten slechts als scholingsuitgaven in aanmerking. Het geschil betrof de vraag of de studiekosten als ondernemingskosten konden worden beschouwd.
Het gerechtshof stelt vast dat studiekosten ondernemingskosten zijn indien zij dienen om vakkennis op peil te houden, maar niet wanneer zij leiden tot een belangrijke uitbreiding van vakkennis. De belanghebbende had reeds een HBO-opleiding en volgde een universitaire kopstudie die zowel verdieping als verbreding bood. Het hof oordeelt dat de studie als geheel moet worden gezien en dat de belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het slechts om het opfrissen van kennis ging.
De belanghebbende voerde ook aan dat het gelijkheidsbeginsel hem recht gaf op aftrek, mede omdat studiekosten bij studiegenoten als ondernemingskosten werden geaccepteerd. Dit beroep faalt volgens het hof wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof bevestigt dat de kosten terecht niet als ondernemingskosten zijn aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende tegen de weigering van aftrek van studiekosten als ondernemingskosten wordt ongegrond verklaard.