ECLI:NL:GHLEE:2005:AT4797

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 februari 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 04-01637
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 6:6 AwbArt. 2:1 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken vertegenwoordigingsbevoegdheid in bestuursstrafzaak

In deze bestuursrechtelijke bestuursstrafzaak ging het om een administratieve sanctie van €100 wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom op 26 april 2004. De sanctie was opgelegd aan S.B. B.V., de kentekenhouder van het voertuig. S.I. B.V., een holding met dezelfde vestigingsplaats, stelde namens S.B. B.V. beroep in bij de officier van justitie en de kantonrechter, maar gaf later aan niet gemachtigd te zijn om namens S.B. B.V. op te treden.

De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet stellen van zekerheid en omdat S.I. B.V. als gemachtigde van S.B. B.V. werd aangemerkt. Het hof vernietigde deze beslissing omdat de kantonrechter ten onrechte S.I. B.V. als gemachtigde had beschouwd. Het hof stelde vast dat S.I. B.V. geen personeel heeft en dat de overtreding door personeel van het failliete S.B. B.V. was begaan.

Het hof oordeelde dat de sanctie terecht aan S.B. B.V. als kentekenhouder was opgelegd, ongeacht het feit dat het een holding betreft zonder personeel. Omdat S.I. B.V. en haar directeur niet bevoegd waren om namens S.B. B.V. op te treden, verklaarde het hof het beroep niet-ontvankelijk. De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd en het beroep van S.I. B.V. niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde.

Uitspraak

WAHV 04/01637
23 februari 2005
CJIB 99071874938
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te [Groningen]
van 11 november 2004
betreffende
[S.B. B.V.] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [F],
beroep ingesteld door [S.I. B.V.],
gevestigd te [F].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[W.B.] heeft als algemeen directeur van [S.I. B.V.] tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[W.B.] heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 15 februari 2005 is nog een brief van [W.B.] ontvangen. Nu deze na afloop van de schriftelijke procedure is ingekomen, zal op de inhoud hiervan geen acht worden geslagen.
3. Beoordeling
3.1 Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van euro 100,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (gedragsregel) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 26 april 2004 op het [straat] te [plaats].
3.2 Uit de stukken van het geding blijkt het volgende:
- Bij brief van 2 juli 2004 heeft [S.A. B.] als algemeen directeur van [S.I. B.V.], beroep ingesteld bij de officier van justitie tegen de onder 3.1. vermelde administratieve sanctie. In deze brief deelt [S.A. B.] mede dat de verkeersovertreding is gepleegd bij een failliet bedrijf.
- Bij brief van 27 juli 2004 verzoekt de officier van justitie aan [S.A. B.] aanvullende bewijsstukken over te leggen waaruit kan worden opgemaakt dat de betrokkene, [S.B. B.V.], inderdaad failliet is verklaard.
- Bij fax van 18 augustus 2004 laat [S.A. B.] namens [S.I.] weten het niet eens te zijn met het feit dat de verkeersovertreding door de officier van justitie via [S.B. B.V.] zou kunnen worden geïnd, omdat dit een holdingmaatschappij betreft die geen personeel in dienst heeft.
- Op 28 augustus 2004 wordt door het CJIB aan [S.B. B.V.] de beslissing van de officier van justitie verzonden. De officier van justitie verklaart het beroep ingesteld door betrokkene/gemachtigde ongegrond.
- Bij brief van 30 augustus 2004 tekent [W.B.] als algemeen directeur van [S.I. B.V.] bezwaar aan tegen het betalen van de administratieve sanctie. [W.B.] voert aan dat de overtreding is gepleegd door personeel van het failliete bedrijf [S.M. B.V.]. [W.B.] is zelf werkzaam geweest bij deze organisatie. Nadien heeft hij een bedrijf opgericht dat nagenoeg dezelfde naam draagt. [W.B.] vindt het niet reëel hem of zijn personeel te laten betalen voor de verkeersovertreding die niet door personeel van zijn bedrijf, te weten [S.I. B.V.], is gepleegd. Het schrijven van [W.B.] wordt door de officier van justitie opgevat als beroep bij de kantonrechter.
- Op 7 september 2004 stuurt de officier van justitie een ontvangstbevestiging aan de betrokkene ([S.B. B.V.]), waarin deze wordt gewezen op de verplichting tot het stellen van zekerheid.
- Op 15 september 2004 stuurt de officier van justitie een brief aan de betrokkene ([S.B. B.V.]) waarin zij in de gelegenheid wordt gesteld een machtiging of een uittreksel van de kamer van koophandel over te leggen waaruit blijkt dat [W.B.] c.q. [S.I. B.V.] gemachtigd of bevoegd is om namens [S.B. B.V.] beroep in te stellen.
- Bij brief van 21 september 2004 wordt de betrokkene ([S.B. B.V.]) door de officier van justitie nogmaals gewezen op de verplichting tot het stellen van zekerheid.
- Bij schrijven van 21 september 2004 wordt door [W.B.] een uittreksel van de kamer van koophandel overgelegd waaruit blijkt dat [W.B.] vertegenwoordigingsbevoegd is voor [S.I. B.V.].
- Op 11 november 2004 wordt het beroep van [S.B. B.V.] door de kantonrechter te Groningen niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid.
- [S.I. B.V.] stelt bij brief van haar algemeen directeur [W.B.] d.d. 22 november 2004 hoger beroep in tegen de uitspraak van de kantonrechter en voert aan dat de verkeersovertreding is begaan door personeel van een failliet bedrijf waarmee zij geen enkele relatie heeft.
- Uit het verweerschrift d.d. 21 januari 2005 blijkt dat de advocaat-generaal [W.B.], algemeen directeur van [S.I. B.V.], als gemachtigde van de betrokkene aanmerkt. In reactie daarop voert [W.B.] aan dat hij niet kan en niet mag handelen als rechtspersoon van [S.B. B.V.] omdat hij niet gemachtigd is.
3.3 Het hof overweegt het volgende. In antwoord op de brief van de officier van justitie naar de bevoegdheid of machtiging van [W.B.] c.q. [S.I. B.V.] om namens de betrokkene beroep bij de kantonrechter in te stellen is niet gebleken van enige bevoegdheid of machtiging als gevraagd. Alleen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [W.B.] met betrekking tot [S.I. B.V.] is vastgesteld kunnen worden. Nu de kantonrechter heeft nagelaten [W.B.] op grond van art. 6:6 Awb Pro nogmaals in de gelegenheid te stellen een machtiging of uittreksel van de Kamer van Koophandel over te leggen, waaruit blijkt dat hij namens de betrokkene bevoegd is beroep in te stellen, had de kantonrechter geen beslissing kunnen nemen ten aanzien van een door de betrokkene ([S.B. B.V.]) ingesteld beroep, maar slechts ten aanzien van het door [W.B.], algemeen directeur van [S.I. B.V.], ingestelde beroep.
3.4 De in het geding zijnde belangen brengen mee, dat [W.B.], directeur van [S.I. B.V.], in hoger beroep wordt ontvangen, ondanks het ontbreken van een machtiging om namens de betrokkene in rechte op te treden, nu de beslissing van de kantonrechter is genomen naar aanleiding van het door deze ingestelde beroep. De beslissing van de kantonrechter kan niet in stand blijven en het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen.
3.5 In aanmerking genomen dat [W.B.] in hoger beroep zelf heeft aangegeven dat hij niet bevoegd of gemachtigd is om namens [S.B. B.V.] (in rechte) op te treden dient het bij de kantonrechter ingestelde beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3.6 Gelet op de omstandigheden, dat de inleidende beschikking naar het juiste adres van de betrokkene is gestuurd, dat degene die administratief beroep heeft ingesteld tegen de inleidende beschikking ([S.A. B.]) op grond van de met hem gevoerde correspondentie op de hoogte was van de omstandigheid, dat hij als gemachtigde van de betrokkene door het openbaar ministerie werd geaccepteerd en dat de beslissing van de officier van justitie naar het juiste adres is gezonden, verstaat het hof dat van de zijde van de betrokkene geen beroep is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie.
3.7 Ter informatie van de betrokkene overweegt het hof, dat de omstandigheid dat [S.B. B.V.] een holdingmaatschappij betreft, die geen personeel in dienst heeft, geen invloed heeft op de verantwoordelijkheid van deze betrokkene voor de opgelegde sanctie. Deze is immers niet opgelegd aan de betrokkene als werkgeefster van de feitelijke bestuurder, maar aan haar als kentekenhoudster. Dit is in overeenstemming met het bepaalde in art. 5 WAHV Pro, dat - voor zover hier van belang - luidt:
"Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt (....) de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven (...).".
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.
WAHV 04/01637