ECLI:NL:GHLEE:2005:AT6218
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt navordering en matigt boete bij niet opgegeven rente Duitse bankrekening
De belanghebbende, voormalig belastingambtenaar, gaf in zijn aangifte inkomstenbelasting 1997 geen rente op van een Duitse bankrekening die deel uitmaakte van de nalatenschap van zijn moeder. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een verhoging van 100% wegens het niet aangeven van deze inkomsten. De belanghebbende voerde aan dat de rente niet tot zijn inkomen behoorde vanwege een vruchtgebruiklegaat en stelde dat er geen nieuw feit was voor navordering.
Het hof oordeelde dat de belanghebbende voor 25% gerechtigd was tot de bankrekening en dat de rente als inkomen had moeten worden opgegeven. Er was sprake van een nieuw feit, en de belanghebbende had willens en wetens de rente verzwegen. De boete werd echter gematigd tot 50% omdat geen sprake was van ernstige of omvangrijke fraude.
De belanghebbende had ook betoogd dat de inspecteur niet binnen redelijke termijn had gehandeld en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden, maar deze gronden werden verworpen. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van beperkte proceskosten en wees het beroep gegrond voor zover het de kwijtschelding van de boete betrof.
Uitkomst: Navorderingsaanslag bevestigd, boete gematigd tot 50%, proceskosten deels toegewezen.