ECLI:NL:GHLEE:2005:AT6905
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar zelfstandigenaftrek inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende werd op 13 februari 2003 aangeslagen voor de inkomstenbelasting over het jaar 2000. Hij maakte bezwaar tegen het niet toekennen van de zelfstandigenaftrek, maar diende dit schriftelijk pas op 11 april 2003 in, na afloop van de wettelijke bezwaartermijn die op 27 maart 2003 eindigde. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het verzoek om ambtshalve herziening inhoudelijk af.
Belanghebbende stelde dat hij al op 21 november 2002 mondeling bezwaar had gemaakt en dat de aanslag onvolledig was met betrekking tot de rechtsmiddelverwijzing. Tevens voerde hij privéomstandigheden aan, waaronder de ernstige ziekte van zijn echtgenote, waardoor tijdig bezwaar maken niet mogelijk zou zijn geweest. Het hof oordeelde dat mondeling bezwaar niet volstaat volgens de Awb en dat de bezwaartermijn niet was gerespecteerd.
Het hof vond de rechtsmiddelverwijzing op de aanslag voldoende kenbaar en zag geen reden om op grond van artikel 6:11 Awb Pro de niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten. Hoewel begrip werd getoond voor de privéomstandigheden, waren er volgens het hof voldoende mogelijkheden om tijdig een pro forma bezwaar in te dienen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, zodat inhoudelijke beoordeling van de zelfstandigenaftrek achterwege bleef.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-toekenning van zelfstandigenaftrek is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.