ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7070
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Makkinga
- Verschuur
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontbinding koopovereenkomst wegens niet-verleende vrijstelling volgens art. 19 WRO
In september 2000 verkocht geïntimeerde een onroerende zaak aan appellant, waarbij in de koopovereenkomst een ontbindende voorwaarde was opgenomen die inhield dat de overeenkomst ontbonden kon worden indien geen vrijstelling werd verleend volgens art. 19 WRO Pro. Appellant was verplicht om alles te doen om deze vrijstelling te verkrijgen.
Geïntimeerde beriep zich in juni 2002 op deze ontbindende voorwaarde nadat de gemeente het verzoek had afgewezen. Appellant betwistte de ontbinding en legde conservatoir beslag op de zaak. De voorzieningenrechter hief dit beslag op omdat de ontbinding gegrond werd geacht.
In hoger beroep stelde appellant onder meer dat de ontbinding niet rechtsgeldig was vanwege niet-naleving van vormvoorschriften en het ontbreken van een redelijke termijn. Het hof oordeelde dat deze bezwaren onvoldoende waren onderbouwd en dat van appellant niet kon worden verlangd dat hij langer zou wachten na bijna twee jaar.
Verder werd geoordeeld dat appellant aan zijn inspanningsverplichting had voldaan, mede door inzet van een derde, en dat de vorderingen van geïntimeerde tot boete en schadevergoeding niet toewijsbaar waren. Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het principaal appel.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de koopovereenkomst en wijst het hoger beroep van appellant af.