ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7085
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Meijeringh
- Kuiper
- Breemhaar
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid testament wegens geestelijke stoornis en beheer nalatenschap
De zaak betreft een hoger beroep tegen vonnissen van de rechtbank Leeuwarden inzake de geldigheid van het laatste testament van de erflaatster en het beheer over haar vermogen door appellant.
Appellant stelde dat het testament van 3 april 1998 nietig is vanwege een geestelijke stoornis van de erflaatster die haar wil beïnvloedde. Het hof stelt dat een ongerichte eenzijdige rechtshandeling van een geestelijk gestoorde nietig is indien een onmiddellijk oorzakelijk verband bestaat tussen stoornis en verklaring of indien de stoornis een redelijke waardering van belangen belemmert. De bewijslast hiervoor rust op appellant.
Appellant heeft echter geen concreet aanvullend bewijs geleverd en er is geen aanleiding tot het gelasten van een deskundigenbericht. Het hof bevestigt de wilsbekwaamheid van de erflaatster en de geldigheid van het testament. Verder oordeelt het hof dat appellant gehouden is tot rekening en verantwoording over het door hem gevoerde beheer van het vermogen van de erflaatster, en dat dit recht is overgegaan op de erfgenaam [geïntimeerde 1]. De grieven van appellant worden afgewezen en de vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van het testament en veroordeelt appellant tot kostenveroordeling en verantwoording over het beheerde vermogen.