ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7089
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kennelijk redelijk ontslag wegens ontbreken inleenplaats onder WIW en CAO-WIW
Appellant was sinds 1995 via Stichting Weerwerk Groningen werkzaam onder de banenpoolregeling en later onder de Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW) bij de gemeente Groningen. Na beëindiging van zijn laatste werkplek en een periode van arbeidsongeschiktheid, werd hem ontslag aangezegd wegens het ontbreken van een passende inleenplaats.
Appellant stelde dat dit ontslag in strijd was met de WIW en CAO-WIW, omdat deze een gesloten stelsel van opzeggronden kennen waar het ontbreken van een inleenplaats niet toe behoort. Het hof verwierp dit betoog en oordeelde dat de WIW en CAO-WIW geen limitatieve opsomming van opzeggronden bevatten, waardoor ook andere gronden kunnen worden gehanteerd.
Verder stelde appellant dat Weerwerk zich onvoldoende had ingespannen om een passende werkplek te vinden, maar het hof vond dat Weerwerk aan haar stelplicht had voldaan en appellant onvoldoende bewijs had geleverd om het tegendeel te bewijzen.
Ook het bezwaar tegen de opzegtermijn faalde, aangezien Weerwerk de juiste termijn had gehanteerd conform de CAO-WIW. De overige grieven werden eveneens verworpen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag wegens het ontbreken van een inleenplaats wordt niet kennelijk onredelijk geacht en de vorderingen van appellant worden afgewezen.