ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7092
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Bax-Stegenga
- De Bock
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigendom woning na ontbinding huwelijksgemeenschap en faillissement
In deze civiele zaak stond centraal of de woning, toegedeeld aan geïntimeerde na ontbinding van de huwelijksgemeenschap met uitsluiting van gemeenschap van goederen, viel binnen de faillissementsboedel van betrokkene. De curator stelde dat de woning tot de boedel behoorde omdat niet kon worden bewezen dat de financiering met eigen middelen was gedaan, zoals vereist in art. 61 lid 4 Fw Pro.
Het hof oordeelde dat omdat de woning reeds was toegedeeld en geleverd aan geïntimeerde, zij eigenaar was geworden en de bewijslastregel van art. 61 lid 4 Fw Pro niet meer van toepassing was. Het arrest verwees naar een eerdere Hoge Raad-uitspraak die bevestigde dat na ontbinding van de huwelijksgemeenschap en verdeling de woning niet meer binnen de gemeenschap valt.
De curator kon geen rechtsgrond vinden om de woning tot de faillissementsboedel te rekenen, en het hof verwierp zijn grieven. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd, waarbij de curator werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Deze uitspraak benadrukt de bescherming van de echtgenoot tegen inbreuk op privé-eigendom na ontbinding van de huwelijksgemeenschap en verduidelijkt de toepassing van art. 61 Fw Pro in faillissementszaken.
Uitkomst: De woning behoort toe aan geïntimeerde en valt niet binnen de faillissementsboedel.