ECLI:NL:GHLEE:2005:AT7606
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Melssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over verlenging arbeidsovereenkomst bepaalde tijd
Partijen sloten op 15 april 2002 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 mei 2002 tot 31 mei 2003. De werknemer werkte tot juni 2003 niet meer voor de werkgever. De werknemer stelde dat de overeenkomst stilzwijgend was verlengd, onder meer omdat hij was ingeroosterd en mededelingen van de bedrijfsleider had ontvangen.
De werkgever stelde dat de overeenkomst niet was verlengd en dat de bedrijfsleider niet bevoegd was om namens de werkgever een verlenging aan te bieden. Het hof oordeelde dat er onvoldoende bewijs was voor een verlenging, mede omdat geen schriftelijke afspraken waren gemaakt over duur of voorwaarden van een eventuele verlenging.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de werknemer in de kosten van het hoger beroep. De grieven van de werknemer werden verworpen omdat hij onvoldoende had gesteld om de verlenging aannemelijk te maken.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de werknemer af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.