ECLI:NL:GHLEE:2005:AT8161
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van vorderingen inzake familieportret tegen museum
In deze zaak vordert appellant dat het museum wordt bevolen het familieportret binnen 14 dagen af te geven, met een dwangsom bij niet-naleving. Hij baseert zijn vorderingen op het bezit van het portret als onderdeel van de onverdeelde boedel van de erven van betrokkenen. Het hof oordeelt echter dat appellant zijn vorderingen pro se heeft ingesteld, niet namens de onverdeelde boedel, waardoor hij niet-ontvankelijk is.
Daarnaast vordert appellant nietigverklaring van de koopovereenkomst tussen het museum en de erven, en een verklaring dat het museum niet de enige eigenaar is van het portret. Het hof stelt dat het ontbreken van beschikkingsbevoegdheid de koopovereenkomst niet nietig maakt en dat de stellingen van appellant in strijd zijn met wettelijke bepalingen, waardoor ook deze vorderingen niet-ontvankelijk zijn.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep. De vorderingen worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, en de grieven behoeven geen verdere behandeling.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tot afgifte en eigendom van het familieportret.