ECLI:NL:GHLEE:2005:AT8646

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 05-00367
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 AwbArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij flitsboete Afrikaweg Zoetermeer

Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een flitsboete op de Afrikaweg te Zoetermeer. De kantonrechter had het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Betrokkene stelde vervolgens, na een eerdere gegrondverklaring van een ander beroep op dezelfde locatie, te laat hoger beroep in tegen deze beslissing.

Het hof oordeelde dat het hoger beroep niet tijdig was ingediend, aangezien het beroepschrift pas op 30 december 2004 was ontvangen, terwijl de beslissing van de kantonrechter op 17 maart 2004 aan betrokkene was toegezonden. Betrokkene voerde aan dat hij niet eerder hoger beroep kon instellen omdat de beslissing pas op 16 december 2004 in een krant was vermeld, maar dit werd niet als verschoonbare termijnoverschrijding aangenomen.

Het hof verklaarde betrokkene daarom niet-ontvankelijk in hoger beroep en zond zijn brief door naar de advocaat-generaal. Deze beslissing bevestigt het belang van het tijdig instellen van beroep binnen de wettelijke termijnen.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

WAHV 05/00367
25 mei 2005
CJIB 69062786254
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage
van 25 februari 2004
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft d.d. 28 december 2004 een brief geschreven aan de officier van justitie met betrekking tot de beslissing van de kantonrechter. De officier van justitie heeft deze kennelijk opgevat als een beroepschrift tegen die beslissing en de brief doorgezonden naar de griffier van de rechtbank. De griffier van de rechtbank heeft de brief opgevat als een beroepschrift tegen voornoemde beslissing en de brief met de stukken naar het hof gezonden.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de beslissing van de kantonrechter aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. Het beroepschrift is gedateerd 28 december 2004 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 30 december 2004 op het parket van de officier van justitie te 's-Gravenhage ingekomen. Aangezien de bestreden beslissing blijkens de gedingstukken op 17 maart 2004 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
3.3. De betrokkene heeft bij zijn brief een krantenartikel d.d. 16 december 2004 overgelegd, waaruit blijkt dat de kantonrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage op 17 november 2004 een automobilist, die in beroep was gegaan tegen de flitsboetes op de Afrikaweg in Zoetermeer, in het gelijk heeft gesteld. Naar het hof begrijpt stelt de betrokkene zich op het standpunt dat, nu aan hem op dezelfde plaats voor een soortgelijke gedraging een administratieve sanctie is opgelegd en dezelfde kantonrechter als vermeld in het krantenartikel de betrokkene nièt in het gelijk heeft gesteld, hij in hoger beroep dient te worden ontvangen. Bovendien stelt de betrokkene dat hij niet eerder hoger beroep had kunnen instellen, omdat de beslissing van de kantonrechter pas op 16 december 2004 in de krant is vermeld.
3.4. Voor zover de betrokkene met zijn verweer een beroep doet op verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zoals neergelegd in art. 6:11 Awb Pro overweegt het hof dat de door de betrokkene aangevoerde omstandigheid niet leidt tot de conclusie dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is geweest.
3.5. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de betrokkene niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
3.6. Gelet op adressering, de inhoud en strekking van de brief zal het hof deze doorzenden aan de advocaat-generaal van het ressortsparket te Leeuwarden, die in deze fase van de procedure als partij in de plaats treedt van de officier van justitie, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
draagt de griffier op de brief van de betrokkene d.d. 28 december 2004 ter verdere behandeling door te zenden aan de advocaat-generaal onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.