ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9412
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Wachter
- Laagland
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling tussen niet-gezaghebbende vader en minderjarige ondanks statusvoorlichting
Het Gerechtshof Leeuwarden heeft op 15 juli 2005 uitspraak gedaan in hoger beroep over een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind. De moeder was tegen de omgangsregeling die door de rechtbank was vastgesteld omdat zij van mening was dat omgang niet in het belang van het kind was zolang zij het kind niet had voorgelicht over haar status. Tevens stelde zij dat de afstand tot de Verenigde Staten praktische belemmeringen vormde.
De rechtbank had eerder een omgangsregeling vastgesteld waarbij het kind één weekend per zes weken bij de vader in Nederland verbleef. De moeder was niet bereid mee te werken aan proefcontacten en statusvoorlichting, ondanks pogingen van de Raad voor de Kinderbescherming.
Het hof oordeelde dat het recht op omgang tussen het kind en de niet-gezaghebbende ouder wettelijk is verankerd en slechts kan worden ontzegd op grond van specifieke gronden zoals genoemd in artikel 1:377a lid 3 BW. De door de moeder aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om de omgang te ontzeggen. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en benadrukte dat het verhinderen van omgang door het uitstellen van statusvoorlichting ongewenst is.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling waarbij het kind één weekend per zes weken bij de vader verblijft ondanks bezwaren van de moeder.