ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9470
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering terugbetaling na vernietiging arrest
In deze civiele procedure heeft geïntimeerde na verwijzing gevorderd dat appellant wordt veroordeeld tot terugbetaling van bedragen die op basis van een door de Hoge Raad vernietigd arrest aan appellant zijn gerestitueerd. Deze vordering omvatte een bedrag van €3.657,03 vermeerderd met rente en kosten, waarvan geïntimeerde stelt dat het totaal €6.375,05 bedraagt.
De rechtbank Zutphen had eerder de incidentele vordering van appellant tot onbevoegdverklaring van de rechtbank afgewezen. Appellant stelde hiertegen beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis vernietigde. De Hoge Raad vernietigde vervolgens het arrest van het hof Arnhem en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Leeuwarden.
Het hof Leeuwarden oordeelt dat de vordering van geïntimeerde in dit incident niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat dezelfde vordering in de hoofdzaak wordt behandeld. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Zutphen voor zover in het incident gewezen en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
De beslissing is genomen door een enkelvoudige kamer van het hof, waarbij de voorzitter en twee raadsheren betrokken waren. De uitspraak bevestigt dat de procedurele behandeling van de vordering in de hoofdzaak moet plaatsvinden en voorkomt dubbele behandeling.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde wordt niet ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank Zutphen wordt bekrachtigd.