ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9486
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Meijeringh
- Kuiper
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging arbeidsovereenkomst wegens wilsgebrek en misleiding werkgever
De zaak betreft een geschil tussen een buschauffeur en zijn werkgever Arriva over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst die volgens de werknemer onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen. De werknemer stelde dat hij door verkeerde informatie van Arriva ten onrechte akkoord ging met een ontslag met wederzijds goedvinden. Het hof bevestigde dat de werkgever de werknemer op het verkeerde been heeft gezet door te stellen dat zonder een nieuw contract geen werkzaamheden konden worden verricht, terwijl het bestaande contract volgens de wet als onbepaalde tijd gold.
De werknemer had na beëindiging van het dienstverband via uitzendbureaus werkzaamheden verricht, maar vorderde loonbetaling en toegang tot zijn oude functie bij Arriva. De kantonrechter wees deze vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de beëindiging niet rechtsgeldig was omdat er sprake was van een wilsgebrek. Het hof stelde dat het beroep op rechtsverwerking door Arriva niet slaagde omdat de werknemer tijdig zijn rechten had ingeroepen.
Het hof veroordeelde Arriva om de werknemer binnen een week toe te laten tot zijn werkzaamheden als buschauffeur voor 32 uur per week en het bijbehorende loon te betalen tot de rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval van niet-naleving. De overige vorderingen, zoals loonbetaling over de periode van niet-werkzaamheid en buitengerechtelijke kosten, werden afgewezen wegens onvoldoende toelichting.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt Arriva tot herplaatsing van de werknemer en betaling van loon tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.