ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9782
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschriften inkomstenbelasting 1994
De belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 17.961. Na bezwaar werd dit verminderd tot ƒ 5.000. Vervolgens diende de belanghebbende meerdere brieven in die door de inspecteur als bezwaarschriften werden aangemerkt, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Het hof oordeelde dat de inspecteur ten onrechte de bezwaarschriften niet-ontvankelijk had verklaard, omdat na de uitspraak op het eerste bezwaar alleen beroep mogelijk was en de inspecteur de latere brieven had moeten doorzenden naar het hof. De uitspraken van 24 maart 2003 werden daarom vernietigd.
Het hof nam het beroep op alsof het gericht was tegen de uitspraak van 3 augustus 2001 en concludeerde dat de brieven van de belanghebbende die na de beroepstermijn waren ingediend niet tijdig waren. Er waren geen feiten of omstandigheden die een verzuim konden rechtvaardigen, zodat het beroep tegen deze uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard.
De proceskosten werden toegerekend aan de Staat der Nederlanden, waarbij de inspecteur werd veroordeeld tot een geringe tegemoetkoming aan de belanghebbende. Het hof besloot het beroep gegrond te verklaren voor zover het gericht was tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften en vernietigde die uitspraken, maar verklaarde het beroep tegen de uitspraak van 3 augustus 2001 niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaarschriften is gegrond verklaard en die uitspraken vernietigd, maar het beroep tegen de uitspraak van 3 augustus 2001 is niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.