ECLI:NL:GHLEE:2005:AT9789
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over belastbaar inkomen en proceskosten in inkomstenbelastingzaak 1999
De belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PV) over 1999, waarbij de inspecteur het belastbare inkomen heeft vastgesteld op ƒ 25.292,--. De belanghebbende stelde dat het inkomen negatief moest worden vastgesteld vanwege terugbetalingen en verliezen uit de gedwongen verkoop van stripboeken. Tevens stelde hij dat afspraken met de Belastingdienst waren gemaakt die tot een nihil inkomen zouden leiden.
Het gerechtshof oordeelt dat de inspecteur niet tijdig uitspraak heeft gedaan op het bezwaarschrift, waardoor het beroep tegen deze termijnoverschrijding gegrond is. Inhoudelijk heeft de belanghebbende echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de terugbetalingen in 1999 hebben plaatsgevonden, noch dat het verlies van minimaal ƒ 50.000,-- door de verkoop van stripboeken aannemelijk is. Ook de vermeende afspraken met de Belastingdienst konden niet worden bewezen.
Het hof wijst het beroep tegen de aanslag af en veroordeelt de inspecteur tot betaling van een geringe tegemoetkoming in proceskosten van € 2,--, te dragen door de Staat. Het griffierecht blijft voor rekening van de belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door raadsheer G.M. van der Meer op 22 juli 2005.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak is gegrond, het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt afgewezen, en de inspecteur wordt veroordeeld tot een geringe proceskostenvergoeding.