ECLI:NL:GHLEE:2005:AU0209
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Meijeringh
- Verschuur
- Rechtspraak.nl
Misbruik identiteitsverschil tussen rechtspersonen leidt niet tot toewijzing vordering in kort geding
In deze zaak stond de vraag centraal of misbruik van het identiteitsverschil tussen twee rechtspersonen, beheerst door dezelfde persoon, een onrechtmatige daad oplevert die tot schadevergoeding verplicht. De appellant stelde dat de verwevenheid tussen de rechtspersonen zodanig was dat zij als één entiteit moesten worden beschouwd, en dat onrechtmatig handelen aan haar was toe te rekenen.
Het hof overwoog dat misbruik van het identiteitsverschil in principe een onrechtmatige daad is, waarbij zowel de zeggenschaphebbende persoon als de rechtspersonen aansprakelijk kunnen zijn. Echter, volledige vereenzelviging van rechtspersonen vereist een zekere mate van verwevenheid, zoals het overnemen van bedrijfsactiviteiten of willekeurige vermogensoverheveling. Dit was niet gesteld noch gebleken.
Daarnaast oordeelde het hof dat onvoldoende feiten waren gesteld waaruit onrechtmatig handelen van de zeggenschaphebbende persoon kon worden afgeleid, mede omdat in kort geding geen verdere bewijslevering mogelijk was. De vordering werd daarom afgewezen. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en veroordeelde de eiser in de kosten van beide instanties.
Deze uitspraak benadrukt de terughoudendheid bij het doorbreken van het identiteitsverschil tussen rechtspersonen en bevestigt dat misbruik alleen bij voldoende feiten en omstandigheden tot aansprakelijkheid leidt.
Uitkomst: De vordering wegens misbruik van het identiteitsverschil tussen rechtspersonen wordt afgewezen wegens onvoldoende feiten voor vereenzelviging of onrechtmatig handelen.