ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1070
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van schadevergoeding na verkeersongeval
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over 1998, waarbij een schadevergoeding na een verkeersongeval ter discussie stond. De kernvraag was of deze vergoeding onbelast was als compensatie voor verlies van verdiencapaciteit of belast als gederfde winst uit onderneming.
Belanghebbende had een onderneming in handel en sportpaarden en liep door het ongeval nek- en rugklachten op, waardoor hij enkele activiteiten moest staken. De schaderegelaar van de verzekeraar stelde een geringe blijvende invaliditeit vast en een inkomensschade van ƒ 6.000 per jaar, gekapitaliseerd tot ƒ 115.000. De omzetcijfers na het ongeval lieten een stijgende lijn zien.
Het hof concludeerde dat partijen bij de schadevergoeding vooral compensatie voor gemiste inkomsten nastreefden, niet voor verlies van arbeidsvermogen. Het onbelast gelaten deel van ƒ 55.000 was toereikend voor extra kosten en ongemak. Het medisch dossier was zoekgeraakt en er was geen bewijs voor substantiële blijvende invaliditeit die verlies van verdiencapaciteit zou aantonen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen gehandhaafd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.