ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1373

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 05/00601
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 6 lid 2 EVRMArt. 48 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij snelheidsovertreding volgens WAHV

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Assen inzake een administratieve sanctie opgelegd aan de kentekenhouder van een voertuig dat op 23 juli 2004 een snelheidsovertreding beging op de Rijksweg A37 te Coevorden.

De betrokkene, woonachtig in Duitsland, voerde aan dat het opleggen van een sanctie aan de kentekenhouder in plaats van de feitelijke bestuurder in strijd zou zijn met het vermoeden van onschuld zoals neergelegd in het EU Handvest van de Grondrechten. Het hof oordeelde echter dat het niet bevoegd is om de verenigbaarheid van art. 5 WAHV Pro met het EU Handvest te toetsen omdat dit niet in werking is getreden.

Daarnaast verwees het hof naar een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 19 oktober 2004, waarin werd bevestigd dat de toepassing van art. 5 WAHV Pro niet onverenigbaar is met het vermoeden van onschuld zoals neergelegd in art. 6 lid 2 EVRM Pro.

Op basis hiervan bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter, waarmee de administratieve sanctie van 90 euro aan de kentekenhouder gehandhaafd bleef.

Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie van 90 euro aan de kentekenhouder wegens snelheidsovertreding.

Uitspraak

WAHV 05/00601
15 juni 2005
CJIB 19074005310
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Assen
van 17 maart 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
voor wie als gemachtigde optreedt Rechtsanwältin P. Focks, gevestigd te Löningen (Duitsland).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Assen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van 90,- euro opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (gedragsregel); meer dan 20 km/h en t/m
25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 23 juli 2004 op de Rijksweg A37 Noordbaan te Coevorden, met het voertuig met kenteken [nummer].
3.2. De betrokkene ontkent niet dat de gedraging is verricht met het voertuig met kenteken [nummer], maar stelt zich op het standpunt dat het opleggen van een administratieve sanctie aan de kentekenhouder van het voertuig - in plaats van aan de feitelijk bestuurder van het voertuig ten tijde van de gedraging - in strijd is met het vermoeden van onschuld zoals neergelegd in "art. 48 der Pro Charta der Grundrechte der Europäischen Union (2000/C 364/01,7)".
3.3. Art. 5 Wet Pro administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) luidt: "Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.
3.4. Het hof kan niet oordelen over de verenigbaarheid van art. 5 WAHV Pro met het vermoeden van onschuld zoals neergelegd in de (ontwerpverdragen van de) Grondwet van de Europese Unie, nu deze Grondwet niet in werking is getreden.
3.5. Ten overvloede overweegt het hof dat het Europese Hof van de Rechten van de Mens bij beslissing van 19 oktober 2004 (EHRM 19 oktober 2004, nr. 66273/01) heeft overwogen dat toepassing van art. 5 WAHV Pro niet onverenigbaar is met het vermoeden van onschuld zoals neergelegd in art. 6 lid 2 van Pro het Verdrag van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.
3.6. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Meijering als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.