ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1380
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens niet voldoen aan bestelauto-eisen
Belanghebbende was houder van een auto die tijdens een controle niet voldeed aan de eisen voor een bestelauto zoals gesteld in artikel 3 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994, omdat het tussenschot niet volledig dicht was maar voorzien van een traliewerk. Hierdoor moest de auto worden aangemerkt als personenauto. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag op tegen het hogere personenautotarief over de periode van 14 augustus 2002 tot en met 13 augustus 2004.
Belanghebbende voerde aan dat het tussenschot slechts verzakt was en eenvoudig hersteld had kunnen worden, en dat de auto vanaf 3 juni 2004 aan de eisen voldeed. Tevens stelde hij dat hij de auto had uitgeleend en niet op de hoogte was gesteld van het advies tot herstel. Het gerechtshof oordeelde dat de Wet geen herstelmogelijkheid achteraf biedt en dat het Besluit van 13 december 2002 duidelijk voorschrijft dat bij ontbreken van een volledige vaste tussenwand het personenautotarief geldt.
Het hof stelde vast dat belanghebbende als kentekenhouder verantwoordelijk is voor het voldoen aan de juiste belastingplicht en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting is ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.