ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1551
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Makkinga
- Verschuur
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Leeuwarden wijst curator gedeeltelijk toe in vordering tegen failliete onderneming
In deze civiele procedure stond de vordering van de curator in het faillissement van een onderneming centraal tegen de appellant, handelend onder een bedrijfsnaam. Het hof heeft de grieven van appellant deels gehonoreerd en het vonnis van de rechtbank vernietigd. De curator kreeg een vordering toegewezen van €16.082,23, aanzienlijk lager dan het door hem gevorderde bedrag.
De zaak betrof voornamelijk de financiële afwikkeling van betalingen en verrekeningen tussen appellant en failliet. Het hof baseerde zich op grootboekkaarten en bankafschriften, waarbij het enkele facturen en betalingen buiten beschouwing liet wegens onvoldoende onderbouwing of dubbele facturering. Diverse bewijsaanbiedingen van beide partijen werden als te algemeen verworpen.
Het hof oordeelde dat appellant in hoofdsom aan de curator een bedrag van ƒ35.440,57 (omgerekend €16.082,23) verschuldigd was en wees de buitengerechtelijke kosten af. Omdat partijen deels in het ongelijk werden gesteld, compenseerde het hof de proceskosten in beide instanties. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Curator wordt toegewezen een vordering van €16.082,23 met compensatie van proceskosten.