ECLI:NL:GHLEE:2005:AU1731
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting wegens ontbreken feitelijke beschikking
Belanghebbende kreeg twee naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting opgelegd over perioden waarin zij volgens de inspecteur houder of feitelijke gebruiker van een voertuig was. Belanghebbende stelde dat zij het voertuig in 1995 had verkocht en dat het voertuig daarna was geëxporteerd naar Frankrijk. Het gerechtshof stelde vast dat het voertuig na de export nog in Nederland werd gebruikt, maar dat niet was komen vast te staan dat belanghebbende het voertuig feitelijk ter beschikking had.
De inspecteur baseerde zijn naheffingsaanslagen op het gebruik van het voertuig op de Nederlandse weg, maar kon niet aantonen dat belanghebbende de feitelijke houder was in de bestreden perioden. Getuigenverklaringen en bewijsstukken toonden aan dat het voertuig in bezit was van een derde, die ook bestuurder was bij een aanrijding in 2002.
Het gerechtshof oordeelde dat de naheffingsaanslagen en boetebeschikking daarom niet terecht waren opgelegd en vernietigde deze. Tevens werd belanghebbende alsnog ontvankelijk verklaard in het bezwaar tegen een van de aanslagen. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de naheffingsaanslagen en boetebeschikking omdat belanghebbende niet als houder of feitelijke gebruiker van het voertuig kon worden aangemerkt.