ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2099
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.S. Pruiksma
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt bindende waardering onroerende zaak bij successierechten
Belanghebbendes vader is overleden en de nalatenschap omvat onder meer een verpachte boerderij. Belanghebbende sloot met de Belastingdienst een bindende overeenkomst over de waarde van deze onroerende zaak, vastgesteld op ƒ 1.005.001,--. De inspecteur hanteerde deze waarde bij de aanslag successierechten, ondanks dat de broer van belanghebbende een lagere waarde toegewezen kreeg na een compromis.
Belanghebbende stelde dat de taxatie evident onjuist was, dat de taxatie ongeldig was wegens overschrijding van een termijn van drie maanden en dat de inspecteur in strijd met het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel handelde. Het hof oordeelde dat de bindende waardering rechtsgeldig is en dat belanghebbende aan deze waarde gehouden is, tenzij sprake is van een apert onjuiste schatting, wat niet aannemelijk is gemaakt.
De lagere waarde voor de broer werd verklaard door een procedureel verzuim en leidt niet tot ongerechtvaardigde ongelijkheid. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel faalde. De klacht over de termijnoverschrijding bij de taxatie werd verworpen omdat het uitstellen van de aangifte niet leidt tot ongeldigverklaring van de waardebepaling.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt de bindende waarde van de onroerende zaak bij de berekening van de successierechten.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de bindende waardering van de onroerende zaak bij de successierechten.