ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2101
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling woonplaats voor naheffingsaanslag BPM
De belanghebbende, eigenaar van een woonboerderij en een onderneming in Nederland, was vanaf 1999 tot mei 2003 ingeschreven in de Nederlandse gemeentelijke basisadministratie. In mei 2003 schreef zij zich uit Nederland uit en in België in, waar haar partner woonachtig is. Op 3 april 2003 constateerde de inspecteur dat zij met een in het buitenland geregistreerd voertuig op de Nederlandse openbare weg reed.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende ten tijde van het gebruik als in Nederland woonachtig kon worden beschouwd. Het hof oordeelde dat de feiten en omstandigheden, waaronder haar inschrijving, zakelijke en persoonlijke banden, en verzekeringen, voldoende bewijs leverden dat zij tot mei 2003 in Nederland woonde. Haar korte verblijf in België was onvoldoende om dit te weerleggen.
Op grond van artikel 1 van Pro de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en artikel 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen werd geconcludeerd dat de naheffingsaanslag BPM terecht was opgelegd. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en zij werd niet veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard.