ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2307
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van der Herberg
- Zwerwer
- De Roos
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken objectief meetbare hinder door lichthinder van bedrijfsinrichting
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte, als exploitant van een inrichting, had voldaan aan de zorgplicht om lichthinder te voorkomen zoals voorgeschreven in artikel 1.5 van de bijlage bij het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer. De tenlastelegging betrof het veroorzaken van lichthinder door verlichting die inbreuk maakte op woon- of slaapvertrekken van omwonenden.
De economische politierechter in Groningen had verdachte veroordeeld tot een straf. Verdachte ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden. Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat niet iedere vorm van overlast automatisch als hinder in de zin van het besluit kan worden aangemerkt. De toetsing vereist dat de hinder objectief waarneembaar en meetbaar is, zodat controleerbaarheid is gewaarborgd.
In deze zaak bleek uit de stukken slechts sprake van subjectief waarneembare hinder, zonder objectieve meetgegevens of controleerbare aanwijzingen. Hierdoor kon niet worden bewezen dat verdachte haar zorgplicht had geschonden. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Deze uitspraak benadrukt het belang van objectieve criteria bij de beoordeling van hinder in milieuzaken en bevestigt dat subjectieve klachten onvoldoende zijn voor een veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de vermeende hinder niet objectief meetbaar was en daarmee niet als hinder in de zin van het besluit kon worden aangemerkt.