ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2514
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- H.S. Pruiksma
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belegging in durfkapitaal en heffingsrente bij financiering zakelijke activiteiten zoon
Belanghebbende had gedurende 1998 tot en met 2001 een bedrag van ƒ176.001,-- geleend aan zijn zoon ter financiering van diens onderneming. De vraag was of deze lening kon worden aangemerkt als een belegging in durfkapitaal volgens de Wet inkomstenbelasting 2001, waardoor verliesverrekening en heffingskorting van toepassing zouden zijn.
Het hof stelde vast dat de lening was gefinancierd met geleend geld van belanghebbende zelf en dat de leningsovereenkomst niet binnen vier weken na ondertekening was geregistreerd zoals vereist. Bovendien was niet gebleken dat de zoon als beginnend ondernemer was erkend door de inspecteur. Hierdoor kon de lening niet als belegging in durfkapitaal worden aangemerkt.
De inspecteur had daarom terecht het verlies op deze lening niet geaccepteerd en de heffingskorting niet toegepast. Het beroep tegen de heffingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hierover geen uitspraak op bezwaar was gedaan. Het hof wees het beroep voor het overige af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsrente is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001 is ongegrond verklaard.