ECLI:NL:GHLEE:2005:AU2518

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
9 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 944/04 Inkomstenbelasting
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E. Aardema
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 BUB 1999Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen premieplicht volksverzekeringen 2002 bij werkzaamheden buiten Nederland

De belanghebbende is in 2002 werkzaam geweest bij een Nederlandse vennootschap, A B.V., maar heeft zijn werkzaamheden gedurende een aaneengesloten periode van meer dan drie maanden uitsluitend buiten Nederland verricht. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, met het verzoek om vrijstelling van de premieplicht.

De inspecteur heeft dit bezwaar afgewezen en de aanslag gehandhaafd. De belanghebbende is vervolgens in beroep gekomen bij het gerechtshof Leeuwarden. Tijdens de mondelinge behandeling was de belanghebbende niet aanwezig, ondanks oproep per aangetekende brief.

Het geschil spitst zich toe op de vraag of de belanghebbende premieplichtig is voor de volksverzekeringen in 2002. Het hof stelt vast dat artikel 12, eerste lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 bepaalt dat personen die in Nederland wonen en gedurende ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verrichten, niet verzekerd zijn, tenzij zij werken voor een in Nederland gevestigde werkgever.

Omdat de belanghebbende zijn werkzaamheden buiten Nederland heeft verricht voor A B.V., een in Nederland gevestigde werkgever, is hij premieplichtig. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Het hof legt geen proceskosten op aan partijen.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de premieplicht voor de volksverzekeringen in 2002 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
BK 944/04 9 september 2005
Uitspraak van het gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het hoofd van het managementteam belastingdienst noord/kantoor Leeuwarden (: de inspecteur), gedaan op het bezwaarschrift van de belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2002.
1. Ontstaan en loop van het geding
Aan de belanghebbende is met dagtekening 21 juli 2004 voornoemde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd.
De belanghebbende doet aangifte van een verzamelinkomen van € 33.827,--.
De belanghebbende vraagt om vrijstelling premie volksverzekeringen. De inspecteur verleent deze vrijstelling niet. Voor het overige wordt de aanslag conform de ingediende aangifte vastgesteld.
Op het tegen de aanslag tijdig ingediend bezwaar van de belanghebbende heeft de inspecteur bij de bestreden uitspraak van 19 oktober 2004 de aanslag gehandhaafd.
De belanghebbende is tegen genoemde uitspraak in beroep gekomen bij een beroepschrift (met bijlagen), ingekomen op 21 oktober 2004.
De inspecteur heeft een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.
Vervolgens heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden ter zitting van 24 mei 2005, gehouden te Leeuwarden. Aldaar waren aanwezig de inspecteur zomede een collega van de inspecteur.
De belanghebbende, hoewel opgeroepen per aangetekende brief, is zoals door hem aangekondigd niet verschenen.
Van alle genoemde stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.
2. De feiten
2.1. De belanghebbende is geheel 2002 werkzaam bij A B.V., gevestigd te L.
2.2. De belanghebbende verricht zijn werkzaamheden buiten Nederland.
3. Het geschil en de standpunten van partijen
3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of de belanghebbende in 2002 premieplichtig is voor de volksverzekeringen.
3.2. De belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en de inspecteur bevestigend op gronden, zoals door hen in de gedingstukken zijn weergegeven.
4. De overwegingen
4.1. Artikel 12, eerste lid, BUB (Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999) luidt: Niet verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de persoon die in Nederland woont en die een aaneengesloten periode van ten minste drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid verricht, tenzij die arbeid wordt verricht uit hoofde van een dienstbetrekking met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever.
4.2. Vaststaat dat de belanghebbend in 2002 gedurende een aaneengesloten periode van meer dan drie maanden uitsluitend buiten Nederland arbeid heeft verricht.
4.3. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die er op wijzen dat de belanghebbende zijn werkzaamheden buiten Nederland heeft verricht uit hoofde van enige arbeidsrelatie anders dan met A B.V., gevestigd te L derhalve een in Nederland gevestigde werkgever als bedoeld in artikel 12, eerste lid, BUB.
4.4. Het beroep is, gelet op het voorgaande, ongegrond.
5. De proceskosten:
Het gerechtshof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
6. De beslissing:
Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld te Leeuwarden op 9 september 2005, door prof. mr. E. Aardema, vice-president en voorzitter, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Gerrits en ondertekend door voornoemde vice-president, zijnde de griffier buiten staat te ondertekenen.
Afschrift per aangetekende post verzonden
op: 14 september 2005