ECLI:NL:GHLEE:2005:AU3824
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt bindendheid vaststellingsovereenkomst in inkomstenbelastingzaak
Belanghebbende werd voor het jaar 1998 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, aanvankelijk op een belastbaar inkomen van ƒ 51.279,-, waarna een navorderingsaanslag volgde van ƒ 225.787,- inclusief heffingsrente. Na bezwaar verlaagde de inspecteur deze aanslag tot ƒ 219.787,- met een aangepaste heffingsrente. Belanghebbende kwam in beroep tegen deze uitspraak en voerde onder meer aan dat een lopende strafzaak relevant was en dat hij niet wilde opdraaien voor de heffingsrente vanwege vertraging veroorzaakt door de belastingdienst.
De inspecteur stelde dat belanghebbende gebonden was aan de vaststellingsovereenkomst die op 8 april 2004 was gesloten, waarin afspraken over het belastbaar inkomen en de heffingsrente waren vastgelegd. Het hof stelde vast dat deze overeenkomst rechtsgeldig was en dat belanghebbende geen wilsgebreken of andere vernietigingsgronden had gesteld die de overeenkomst nietig zouden maken.
Het hof concludeerde dat de heffingsrente in de navorderingsaanslag conform de wettelijke regeling was berekend en dat belanghebbende zich daarom aan de vaststellingsovereenkomst moest houden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vaststellingsovereenkomst is bindend.