ECLI:NL:GHLEE:2005:AU3826
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bindendheid vaststellingsovereenkomst in inkomstenbelastingzaak 2000
Belanghebbende werd voor het jaar 2000 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie-volksverzekeringen. Na bezwaar verlaagde de inspecteur de aanslag ambtshalve. Belanghebbende kwam hiertegen in beroep bij het gerechtshof Leeuwarden.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende gebonden was aan een mediation- en vaststellingsovereenkomst die partijen in 2004 sloten. Belanghebbende voerde aan dat hij niet gebonden was vanwege een lopende strafzaak en vertragingen die hem onrechtmatig zouden belasten met heffingsrente. De inspecteur stelde dat belanghebbende wel gebonden was en dat de heffingsrente conform wettelijke regels was berekend.
Het hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk was in zijn bezwaar, omdat niet was aangetoond dat hij te laat was met het indienen van bezwaar. Vervolgens stelde het hof vast dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de vaststellingsovereenkomst vernietigbaar was of dat er sprake was van wilsgebreken. De heffingsrente was conform de wettelijke regeling en de vaststellingsovereenkomst was rechtsgeldig. Het beroep werd gegrond verklaard voor de ontvankelijkheid, maar ongegrond voor het geschil over de aanslag. De aanslag werd gehandhaafd zoals ambtshalve verminderd.
Uitkomst: Belanghebbende is ontvankelijk in zijn bezwaar en gebonden aan de vaststellingsovereenkomst; de aanslag wordt gehandhaafd zoals ambtshalve verminderd.