2. De feiten
Het hof stelt op grond van de stukken en op grond van het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.
2.1 De belanghebbende en zijn echtgenote exploiteerden sinds 1996 of 1997 in firmaverband een installatie- annex onderdelenwinkel op het gebied van sanitair, gas, water en elektra. Tevens was er een kleinhandel in kleine huishoudelijke artikelen, radio en tv. Tot die tijd werd de onderneming gedreven voor rekening en risico van de belanghebbende.
In 1997 zijn de installatiewerkzaamheden gestaakt en per 31 mei 1999 is ten aanzien van beide firmanten de onderneming gestaakt.
2.2 De onderneming werd onder andere uitgeoefend in het pand gelegen aan de a-straat 22 te Z. Op 29 november 1993 is het tot dan toe van belanghebbendes moeder gehuurde pand, gekocht voor een bedrag van ƒ 174.000,--. Blijkens een in 1995 ten behoeve van het recht van schenking uitgevoerde taxatie bedroeg de waarde in verhuurde staat toen ƒ 380.000,--, waarvan ƒ 320.000,-- voor het bedrijfsdeel en ƒ 60.000,-- voor het woondeel. Bij die waardebepaling is rekening gehouden met de investeringen door en voor rekening van de huurder/koper.
2.3 Blijkens voornoemd taxatierapport bestaat het bedrijfsgedeelte van het pand uit een verkoopruimte van 80 m², keuken, kantoor (gebouwd na aankoop), magazijn van 20 m² (incl. keuken) en werkplaats van 55 m². Het woongedeelte bestaat uit een hal/entree/trapopgang/toilet, woonkamer met open keuken, badkamer, toilet en wasruimte.
2.4 Na aankoop heeft de belanghebbende het gehele pand tot zijn privé-vermogen gerekend. De verbouwingen en verbetering aan het bedrijfsdeel van het pand zijn zowel vóór (aanpassing interieur winkel, verplaatsing en vernieuwing toonbank) als ná de aankoop (aanpassing winkelpui en luifel) op de bedrijfsbalans geactiveerd. Andere investeringen in het pand (vóór de aankoop plaatsing beneden van een keuken en een toilet in de hal en ná de aankoop aanbouw van een woonvertrek in de tuin) zijn door belanghebbende steeds als privé bestedingen beschouwd.
2.5 Het pand is na de staking in 1999 verkocht aan een projectontwikkelaar voor ƒ 825.000,-- en vervolgens gesloopt.
2.6 In 2002 heeft de belastingdienst over het stakingsjaar 1999 een boekenonderzoek ingesteld. In het kader van dat onderzoek heeft er door dezelfde taxateur als in 1995 opnieuw een taxatie plaatsgevonden van het pand, dat ten tijde van die taxatie al gesloopt was. In het van deze taxatie opgemaakte rapport vermeldt de taxateur het volgende:
'De onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat door mij toen (hof: in 1995) vastgesteld op ƒ 380.000,-- (koper was huurder) te splitsen in ƒ 60.000,-- woondeel en ƒ 320.000,-- bedrijfsdeel. […] Bij de splitsing in zakelijk en privé per 29-11-1993 kan mijn splitsing per die datum als uitgangspunt dienen ofwel ca. 16% toe te rekenen aan het woondeel of ƒ 28.000,-- incl. ƒ 11.000,-- ondergrond (excl. investeringen door huurder/koper) en ca. 84% voor het bedrijfsdeel of ƒ 146.000,-- incl. ƒ 59.000,-- (excl. investeringen door huurder/koper).
Bij de splitsing van de verkoop in 1999 moet uitgegaan worden van het pand in de staat per datum verkoop en kan de splitsing van mijn taxatie per november 1993 dus niet als uitgangspunt dienen. Aan de hand van de tekening is vast te stellen dat er per november 1993 sprake is van een splitsbaar pand. Op basis van de thans ter beschikking staande gegevens kan naar mijn oordeel de opbrengst bij verkoop in 1999 gesplitst worden in:
- 30% woondeel;
- 70% zakelijk deel.'
Als bijlagen bij dit taxatierapport zijn een kopie tekening pand en een kopie taxatierapport 1995001550 gevoegd.
2.7 Het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs van het zakelijk deel van het pand heeft de inspecteur aangemerkt als boekwinst omdat zijns inziens sprake is van verplicht ondernemingsvermogen. Bij de aanslagregeling IB/PV voor het jaar 1999 heeft hij conform het firmacontract de helft van deze boekwinst van ƒ 431.500,-- ( 70% x ƒ 825.000,-- -/- 84% x ƒ 174.000,--) als 'meer stakingswinst pand' tot belanghebbendes belastbaar inkomen gerekend.