ECLI:NL:GHLEE:2005:AU5086
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Breemhaar
- Bax-Stegenga
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid curator tot inning stil verpande vorderingen zonder mededeling aan debiteuren
In deze civiele procedure staat centraal of de curator gerechtigd was om stil verpande vorderingen van de bank te innen zonder de bank vooraf in kennis te stellen en zonder de bank een redelijke termijn te geven voor mededeling aan debiteuren conform art. 3:246 lid 1 BW Pro. De bank stelde dat de curator daartoe niet bevoegd was en dat hij een zorgplicht had jegens haar. De curator betoogde dat de bevoegdheid tot inning bij de pandgever berust en bij faillissement overgaat op de curator, zolang geen mededeling aan debiteuren is gedaan.
Het hof bevestigde dat de bevoegdheid tot inning van stil verpande vorderingen bij de pandgever ligt totdat de verpanding aan debiteuren is medegedeeld. Bij faillissement gaat deze bevoegdheid over op de curator, die deze mag uitoefenen ten behoeve van de boedel. De curator was derhalve bevoegd om de vorderingen te innen zolang de bank geen mededeling had gedaan. Een zorgplicht van de curator jegens de bank werd verworpen, omdat de curator primair de belangen van de gezamenlijke crediteuren dient te behartigen.
Verder oordeelde het hof dat de curator zich terughoudend moet opstellen zodra de bank kenbaar maakt de incasso zelf te willen overnemen. De curator had na ontvangst van een brief van de bank op 17 december 2002 geen actieve incassomaatregelen meer genomen. Ook was de curator niet gebonden aan contractuele verplichtingen van de failliet wat betreft betaling op een door de bank aangewezen rekening. De bank had bovendien de mededeling aan debiteuren en aan de curator te laat gedaan, waardoor zij het risico droeg voor het geïncasseerde bedrag zonder mededeling.
Ten slotte werd geoordeeld dat de curator slechts de stil verpande vorderingen waarvoor mededeling aan debiteuren was gedaan namens de bank incasseerde, conform een overeenkomst van 27 maart 2003. De overige geïncasseerde bedragen kwamen toe aan de boedel. De bank werd in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De curator mocht stil verpande vorderingen innen zonder mededeling aan de bank; de bank kreeg geen betaling van geïncasseerde bedragen zonder mededeling aan debiteuren.