ECLI:NL:GHLEE:2005:AU5088
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek kosten levensonderhoud voor studerend kind jonger dan 30 jaar
Belanghebbende maakte aanspraak op aftrek van kosten levensonderhoud voor zijn studerende zoon jonger dan 30 jaar in de aangifte inkomstenbelasting 2002. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat belanghebbende geen betalingsbewijzen overlegde en de zoon een rentedragende studielening had ontvangen. Belanghebbende stelde dat de lening niet als studiefinanciering moet worden aangemerkt en dat hij op grond van een schuldverklaring de lening zou vergoeden.
Het hof stelde vast dat belanghebbende de zoon niet daadwerkelijk financieel heeft ondersteund in 2002. Volgens artikel 6.14 lid 1 onderdeel c Wet inkomstenbelasting 2001 worden uitgaven voor levensonderhoud niet in aanmerking genomen indien het kind recht heeft op een gift, voorwaardelijke gift of prestatiebeurs. De rentedragende lening van de zoon valt hier onder. De schuldverklaring van belanghebbende verandert hier niets aan, omdat de lening bij de zoon rust en belanghebbende slechts een verplichting heeft om de bedragen te vergoeden.
Het hof concludeerde dat geen sprake is van persoonsgebonden aftrekposten die op belanghebbende drukken. Daarom is het beroep ongegrond verklaard. Tevens zijn geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. De uitspraak werd op 14 oktober 2005 in het openbaar uitgesproken te Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aftrek van kosten levensonderhoud wordt terecht gecorrigeerd.