ECLI:NL:GHLEE:2005:AU5975
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Breemhaar
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid inbreng eenmanszaak in BV en aansprakelijkheid schulden
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of de eenmanszaak van betrokkene 1 rechtsgeldig was ingebracht in de besloten vennootschap [de failliet]. Mavri c.s. stelden dat de BV de activa en passiva van de eenmanszaak had overgenomen, wat zij als basis voor hun vorderingen gebruikten. Het hof overwoog dat volgens de artikelen 2:204a en 2:204b BW een inbreng van een eenmanszaak in een BV alleen rechtsgeldig kan plaatsvinden bij notariële akte, voorzien van een accountantsverklaring. Nu dit niet was gebeurd, kon geen rechtsgeldige inbreng worden aangenomen.
Het hof nam de verklaringen van getuigen, waaronder appellanten zelf, mee en concludeerde dat de BV slechts enkele onderhanden werken had overgenomen en niet de oude schulden van de eenmanszaak. Ook was niet gebleken dat schuldeisers hadden ingestemd met een schuldovername. Hierdoor was er onvoldoende causaal verband tussen het vermeende onrechtmatig handelen van geïntimeerde en de door Mavri c.s. geleden schade.
De grieven van Mavri c.s. werden ongegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank Groningen werd bekrachtigd en Mavri c.s. werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Geïntimeerde werd eveneens in de kosten van het incidenteel hoger beroep veroordeeld. Het arrest werd uitgesproken door een enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 9 november 2005.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de inbreng van de eenmanszaak in de BV niet rechtsgeldig is en wijst de vorderingen van Mavri c.s. af.