ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6394
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Breemhaar
- Verstappen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging erfgenaamschap en afwijzing nietigheid uiterste wilsbeschikkingen
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Assen inzake de nalatenschap van de erflater die op 17 april 2002 is overleden. Appellant voerde aan dat de erflater de geïntimeerden niet als erfgenamen had achtergelaten en dat de uiterste wilsbeschikkingen nietig waren wegens dwaling, bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden.
Het hof constateerde dat appellant niet voldoende had gemotiveerd dat de erflater de uiterste wilsbeschikkingen had herroepen. Ook waren er geen feiten of omstandigheden gesteld die konden leiden tot nietigheid van de beschikkingen wegens genoemde wilsgebreken. Het beroep op misbruik van omstandigheden werd verworpen op grond van artikel 4:940, tweede zin, oud BW, dat dit als grond voor nietigheid uitsluit.
Verder wees het hof de verweren van appellant af omtrent de vermeende bedoelingen van de erflater met betrekking tot overgemaakte bedragen en vergoedingen voor werkzaamheden, omdat deze onvoldoende onderbouwd en inconsistent waren. Het gevorderde bedrag van Euro 46.920,83 door geïntimeerden werd toegewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis waarvan beroep en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van appellant af.