ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6604
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen niet-betekend dwangbevel WAHV
In deze bestuursrechtelijke zaak stond het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) centraal. De betrokkene had verzet aangetekend tegen een dwangbevel dat door de officier van justitie was uitgevaardigd, maar het hof stelde vast dat het dwangbevel niet was betekend.
Volgens artikel 26, derde lid, WAHV kan verzet alleen worden gedaan nadat het dwangbevel is betekend. Omdat betekening ontbrak, was er geen sprake van tenuitvoerlegging van het dwangbevel en had de kantonrechter het verzet niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de kantonrechter en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk.
Het hof bepaalde tevens dat het door de betrokkene betaalde bedrag van €44,50 en het griffierecht van €25,50 aan hem worden gerestitueerd. Tot slot werd opgemerkt dat de betrokkene opnieuw verzet kan doen zodra het dwangbevel wel is betekend.
Uitkomst: Het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het niet-betekende dwangbevel wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de kantonrechter wordt vernietigd.