ECLI:NL:GHLEE:2005:AU6614
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zwerwer
- Van der Woude
- Lahuis
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs onrechtmatige afvalstorting buiten inrichting
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het zich ontdoen van afvalstoffen door deze buiten een inrichting op of in de bodem te brengen. De economische politierechter sprak verdachte vrij, waarna het Openbaar Ministerie in hoger beroep ging.
Het hof onderzocht of verdachte daadwerkelijk afvalstoffen buiten het perceel van zijn inrichting had gestort. Aan de hand van een luchtfoto werd vastgesteld dat de afvalstoffen zich binnen het perceel bevonden dat als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer werd aangemerkt. Hierdoor kon niet bewezen worden dat de afvalstoffen buiten de inrichting waren gestort.
Het hof verwierp het verweer dat tijdelijke opslag niet onder storten valt, omdat verdachte de afvalstoffen verzamelde met het oog op later vervoer naar een gemeentelijke stortplaats. Dit werd toch als zich ontdoen van afvalstoffen aangemerkt. Desondanks werd verdachte vrijgesproken omdat het primaire tenlastegelegde niet bewezen was en het subsidiaire tenlastegelegde niet voldoende was onderbouwd.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. De zaak betreft een belangrijke interpretatie van de begrippen storten en tijdelijke opslag binnen milieurechtelijke strafzaken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij afvalstoffen buiten zijn inrichting heeft gestort.