1. Ontstaan en loop van het geding
1.1 Op 1 mei 2002 heeft belanghebbende de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2001 ingediend. Deze maakt melding van een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 35.409,-, een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van
€ 36.513,- en een verzamelinkomen van € 71.922,-.
1.2 Op 20 maart 2003 is de definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 vastgesteld. Het belastbaar inkomen uit werk en woning is daarbij vastgesteld op
f 35.409,-, het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen op
f 36.513,- en het verzamelinkomen op f 71.922,-.
1.3 In week 14 van 2004 heeft belanghebbende de klantendienst van het belastingkantoor te Heerenveen bezocht en aangegeven dat de aanslag onjuist was opgelegd. Op 26 april 2004 wordt het voornemen tot het opleggen van een navorderingsaanslag aangekondigd.
1.4 Op 28 april 2004 wordt aan belanghebbende desgevraagd een afschrift van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 toegezonden.
1.5 In zijn brief van 29 april 2004 geeft belanghebbende aan dat hij het niet eens is met het opleggen van de navorderingsaanslag.
1.6 Na de beoordeling van deze brief wordt door de belastingdienst besloten over te gaan tot het opleggen van de navorderingsaanslag. Vervolgens wordt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 opgelegd en krijgt als dagtekening 22 mei 2004.
1.7 Tegen deze aanslag heeft belanghebbende op 19 juni 2004 schriftelijk en gemotiveerd bezwaar aangetekend.
1.8 Door de behandelend ambtenaar is op 28 juni 2004 het voornemen kenbaar gemaakt het bezwaar af te wijzen en daarbij is belanghebbende tevens uitgenodigd voor een hoorgesprek.
1.9 Dit hoorgesprek heeft op 19 juli 2004 plaatsgevonden en hiervan is op 21 juli 2004 een verslag gemaakt. Op 5 augustus 2004 heeft belanghebbende hierop schriftelijk gereageerd.
1.10 Op 16 augustus 2004 is er uitspraak op het bezwaar gedaan. Het bezwaar is afgewezen en de aanslag is gehandhaafd.
1.11 Belanghebbende is tegen deze uitspraak in beroep gekomen bij een beroepschrift (met bijlage), dat op 30 augustus 2004 is ingekomen.
1.12 De inspecteur heeft een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.
1.13 Vervolgens heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden ter zitting van 7 november 2005, gehouden te Leeuwarden, alwaar aanwezig waren belanghebbende en de inspecteur. De inspecteur heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het hof en aan de wederpartij.
Van alle genoemde (en hierna nog te noemen) stukken moet de inhoud als hier ingevoegd worden beschouwd.