2. De feiten.
Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen het volgende vast.
2.1 De belanghebbende (geboren op 27 september 1968 en gehuwd) is op 1 oktober 1998 gestart met een detailhandel in telefoons, abonnementen, diverse benodigdheden en telefoonkaarten. De onderneming wordt gedreven in een gehuurd pand aan de a-singel te L onder de naam H.
2.2 In het najaar van 2002 is bij de belanghebbende een boekenonderzoek ingesteld, waarbij onder andere de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1999 tot en met 2001 werd onderzocht.
2.3 Bij dit onderzoek is geconstateerd dat de belanghebbende in het jaar 2001 voor een bedrag van f 102.976,31 (exclusief omzetbelasting) mobiele telefoontoestellen heeft geleverd aan Roemeense ondernemers (: de afnemers). De afnemers hebben de telefoontoestellen bij belanghebbendes winkel betaald en afgehaald. Ter zake van deze leveringen reikte de belanghebbende facturen uit met vermelding van omzetbelasting. In totaal heeft hij in het onderhavige tijdvak een bedrag van afgerond f 18.637,-- aan omzetbelasting op deze facturen vermeld.
2.4 De afnemers hebben, naar de belanghebbende ten tijde van het boekenonderzoek heeft verklaard, de telefoontoestellen op het moment van levering en uitreiking van de factuur contant betaald, naar het hof begrijpt steeds exclusief de op de factuur vermelde omzetbelasting. De aldus behaalde omzet heeft hij volgens hem vervolgens verantwoord onder de kasontvangsten van de dag waarop de levering plaatsvond. Nadat de belanghebbende was geconfronteerd met het feit dat deze 'buitenlandse' ontvangsten gelet op de hoogte van de bedragen niet in de dagomzetten, zoals geregistreerd op de dagstaten, konden zijn begrepen, heeft hij verklaard dat er voorafgaande aan de levering van de telefoontoestellen over meerdere dagen contante deelbetalingen werden ontvangen. Van deze deelbetalingen hield hij aantekening op een kladbriefje. Nadat het volledige bedrag was voldaan heeft hij het kladbriefje weggegooid.
2.5 De inspecteur heeft deze verklaring van de belanghebbende niet als juist geaccepteerd. Hij heeft dit standpunt gehandhaafd nadat bleek dat de achteraf door belanghebbende opgemaakte specificaties van de deelbetalingen ook niet (volledig) in de desbetreffende dagomzetten begrepen konden zijn.
2.6 Het totaal door belanghebbende in rekening gebrachte bedrag over het jaar 2001 in verband met de verkopen van mobiele telefoontoestellen aan Roemeense afnemers bedraagt exclusief omzetbelasting (zie 2.3) f 102.976,-.
De omzet/winst over 2001 is daarom door de inspecteur verhoogd met een bedrag van afgerond f 102.000,- ofwel € 46.285,-.
2.7 Bij het vaststellen van de onderhavige aanslag heeft de inspecteur de door belanghebbende aangegeven winst verhoogd met voornoemd bedrag van € 46.285,--.