ECLI:NL:GHLEE:2005:AU7529
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Huiskes
- Van Lindonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostentoedeling en heffing waterschapslasten voor gebouwde onroerende zaken
Belanghebbende was eigenaar van een gebouwde onroerende zaak binnen het taakgebied van het waterschap Wetterskip Fryslân en ontving een aanslag waterschapslasten over 2004. Hij maakte bezwaar tegen de wijze van kostentoedeling binnen de categorie gebouwd, het ontbreken van omslagklassen, en het gebruik van de WOZ-waarde als grondslag voor de heffing.
Het hoofd van het waterschap wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Leeuwarden. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat het waterschapsbestuur op grond van een kostentoedelingsonderzoek had besloten geen omslagklassen in te stellen omdat de verschillen tussen aspirant-omslagklassen niet significant waren. Tevens was de methode-Delfland toegepast voor de kostentoedeling, welke niet onjuist was toegepast.
Het hof oordeelde dat de wetgever in artikel 120 van Pro de Waterschapswet ondubbelzinnig de WOZ-waarde als grondslag voor de heffing voorschrijft, waardoor beleidsvrijheid op dit punt ontbreekt. Ook het bezwaar dat niet alle waterschapstaken ten dienste van belanghebbendes onroerende zaak zouden strekken, faalde omdat de wet een bredere kostentoedeling voorschrijft.
Gelet op het ontbreken van feiten die de verbindendheid van de verordeningen aantasten, verwierp het hof het beroep als ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de toegepaste kostentoedeling en heffing van waterschapslasten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag waterschapslasten wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.