ECLI:NL:GHLEE:2005:AU7530
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardebeschikking voor beneden-hoekwoning na renovatie en splitsing
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waardebeschikking van een beneden-hoekwoning met souterrain, die na vererving en splitsing in appartementsrechten werd gewaardeerd op €70.500 per 1 januari 1999. De woning verkeerde op die datum in een 'gestripte' staat door een grootscheepse renovatie en was onbewoonbaar.
De directeur stelde de waarde vast op basis van een taxatierapport waarin het object werd vergeleken met bewoonde en beter onderhouden referentieobjecten. Belanghebbende voerde aan dat deze vergelijking niet juist was en dat de waarde lager moest worden vastgesteld, onderbouwd met taxatierapporten die echter voor een ander doel waren opgesteld.
Het hof oordeelde dat de directeur aan zijn bewijslast had voldaan door een adequate vergelijking met referentieobjecten en dat de verschillen in staat van onderhoud inzichtelijk waren verwerkt in de waardering. De stelling dat het object onbewoonbaar was, deed niet af aan de waardebepaling, omdat ook toekomstig gebruik na afbouw in aanmerking wordt genomen.
Daarom verklaarde het hof het beroep ongegrond en bevestigde de vastgestelde waarde. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebeschikking wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €70.500 bevestigd.