ECLI:NL:GHLEE:2005:AU8051
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag BPM wegens gebruik auto buiten vrijstellingsvergunning
Belanghebbende ontving een naheffingsaanslag BPM van €13.326,- en een boete van €3.331,- wegens het feitelijk gebruik van een buitenlandse auto buiten de voorwaarden van een verleende vrijstellingsvergunning. De vergunning stond alleen woon-werkverkeer toe tussen Nederland en het buitenland, waarbij privégebruik en zakelijk verkeer binnen Nederland verboden waren.
Tijdens een controle op 4 januari 2003 werd belanghebbende betrapt op het gebruik van de auto buiten de toegestane route, namelijk bij een restaurant in Nederland. Belanghebbende gaf aanvankelijk een verklaring over een zakelijke reis, maar erkende later een leugentje te hebben verteld. In het bezwaarschrift stelde hij dat hij in verstandsverbijstering handelde vanwege een familiedrama.
De inspecteur handhaafde de naheffingsaanslag en boete werd ingetrokken. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het vertrouwensbeginsel was geschonden, dat de naheffingsaanslag onevenredig was en dat een reeds betaalde BPM door een derde verrekend moest worden.
Het hof oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de vergunning expliciete voorwaarden bevatte en het gebruik buiten deze voorwaarden plaatsvond. Het beroep op acute overmacht werd verworpen omdat de verklaring niet aannemelijk was en het trieste voorval tien dagen eerder had plaatsgevonden. Ook was geen grond voor verlaging van de aanslag wegens wanverhouding. Verrekening van door derden betaalde BPM is wettelijk niet voorzien.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM.