ECLI:NL:GHLEE:2005:AV0151
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging administratieve sanctie voor onnodig rijden over vluchtstrook
Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden over de vluchtstrook zonder noodzaak op de A7 nabij Groningen op 22 november 2004. De officier van justitie kwalificeerde dit als asociaal rijgedrag, maar het hof neemt afstand van deze morele beoordeling omdat het WAHV zich richt op ethisch-neutrale verkeersovertredingen.
Betrokkene voerde aan dat hij vanwege een lange file en een ambulance die met spoed passeerde, intuïtief over de vluchtstrook reed om de veiligheid te waarborgen. De verbalisant constateerde het rijden over de vluchtstrook en dat betrokkene vooraan in de file invoegde, maar zag geen noodsituatie die dit rechtvaardigde.
Het hof oordeelde dat het gebruik van de vluchtstrook slechts in noodgevallen is toegestaan en dat het subjectieve veiligheidsgevoel van betrokkene geen objectieve noodsituatie vormde. De wetgever heeft bewust gekozen voor duidelijke basisregels zonder ruimte voor interpretatie door verkeersdeelnemers. Daarom is het verbod op het rijden over de vluchtstrook zonder noodzaak van toepassing en is geen reden tot matiging van de sanctie.
De beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd. Betrokkene kreeg de mogelijkheid om stukken in te zien en afschriften te verkrijgen, maar maakte hier geen gebruik van. Het hof benadrukt het belang van het handhaven van verkeersveiligheid en ordelijkheid door duidelijke regels te stellen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de administratieve sanctie van €160 voor het onnodig rijden over de vluchtstrook.