ECLI:NL:GHLEE:2006:AV0844
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Kuiper
- Verstappen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing schadevergoeding in verzekeringsgeschil over inbraak
Appellanten [appellant 1] en [appellant 2] vorderden schadevergoeding van respectievelijk Achmea en Aegon wegens een vermeende inbraak op 23 december 1998 in hun woning. De verzekeraars weigerden uit te keren en deden aangifte van verzekeringsfraude. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat zij ten tijde van de inbraak in Polen verbleven en dat zij strafrechtelijk waren vrijgesproken van fraude. Het hof oordeelde dat deze feiten onvoldoende waren bewezen en dat de vrijspraak niet dwingend bewijs oplevert voor het civiele geschil. Het bewijsaanbod van appellanten werd als irrelevant gepasseerd.
Het hof bevestigde dat de bewijslast bij appellanten ligt om de inbraak te bewijzen en dat de rechtbank de motivering voor afwijzing van de vorderingen terecht heeft gegeven. De grieven faalden en het vonnis werd bekrachtigd met veroordeling van appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende bewijs.