ECLI:NL:GHLEE:2006:AV2203
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- FJ.W. Drion
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid van rente op schuld na uittreding uit maatschap in inkomstenbelasting 2002
De belanghebbende trad eind 1994 uit een accountantsmaatschap en had een schuld van ƒ 350.000,- bij een financiële instelling, die nog niet was afgelost. Deze schuld was oorspronkelijk onderdeel van het ondernemingsvermogen en werd afgelost met een kapitaalverzekering. In 2002 betaalde de belanghebbende € 12.955 aan rente over deze schuld en wenste deze rente in aftrek te brengen bij zijn inkomstenbelasting.
De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de schuld volgens hem bij uittreding was overgegaan naar het privévermogen. De belanghebbende stelde dat de schuld vanwege zijn negatieve vermogen en de onzekere aflossingsmogelijkheden bij uittreding tot het ondernemingsvermogen bleef behoren.
Het hof stelde vast dat de schuld bij uittreding niet kon worden voldaan en dat het onzeker was of de belanghebbende op lange termijn aan de verplichtingen kon voldoen. Daarom bleef de schuld tot het ondernemingsvermogen behoren. De rente was dus aftrekbaar. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak, stelde het belastbaar inkomen vast op € 44.716 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De betaalde rente op de schuld blijft tot het ondernemingsvermogen behoren en is aftrekbaar, waardoor het belastbaar inkomen wordt verminderd tot € 44.716.