ECLI:NL:GHLEE:2006:AV5293
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet juiste zekerheidstelling bij CJIB
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie en voerde aan dat hij de vereiste zekerheid had gesteld door het bedrag op een derdengeldrekening van een advocaten- en notarissenkantoor te storten. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van juiste zekerheidstelling.
In hoger beroep betoogde de betrokkene dat storting op een derdengeldrekening een juridisch juiste wijze van zekerheidstelling is en dat hem niet was medegedeeld dat zekerheid uitsluitend bij het CJIB kon worden gesteld. De officier van justitie had echter duidelijk aangegeven dat zekerheidstelling alleen via het CJIB kon plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling in art. 11 WAHV Pro vereist dat zekerheid wordt gesteld bij het CJIB en dat de mededelingen van de officier van justitie aan deze vereisten voldeden. De betrokkene had niet aan de wettelijke verplichtingen voldaan en was derhalve in verzuim. Het hof bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de kantonrechter.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid bij het CJIB.