ECLI:NL:GHLEE:2006:AV6840
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Zandbergen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor bedrijfsongeval werknemer in Thailand
In deze zaak vordert appellant, een werknemer die een bedrijfsongeval in Thailand heeft gehad, schadevergoeding van Deutag, zijn formele werkgever. De zaak werd na verwijzing door de Hoge Raad behandeld door het gerechtshof Leeuwarden.
Het hof oordeelt dat het toepasselijke recht Nederlands recht is en dat de vordering niet verjaard is, omdat appellant tijdig zijn recht op nakoming heeft voorbehouden. De appellant baseert zijn vordering primair op artikel 7:658 lid 4 BW Pro, dat echter niet van toepassing is op feiten die zich voor 1 januari 1999 hebben voorgedaan. Daarom moet de aansprakelijkheid worden beoordeeld op grond van onrechtmatige daad.
Het hof stelt vast dat appellant zijn werkzaamheden in Thailand verrichtte onder leiding van Deutsche Tiefbohr A.G., de materiële werkgever, en dat onvoldoende is gesteld dat Deutag instructies gaf die appellant had moeten opvolgen. Ook is onvoldoende concreet gesteld dat de vervoerder On and Offshore een fout heeft gemaakt die Deutag aansprakelijk zou maken op grond van artikel 6:171 BW Pro. Het bewijsaanbod van appellant is onvoldoende specifiek en er zijn geen objectieve stukken over de oorzaak van het ongeval.
Daarom wijst het hof de vordering van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van 8 oktober 2001. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof wijst de vordering van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.